Curacao (of: Men and the Art of Sailboat Maintenance)

17-05-2014 11:20

Ik schrik wakker. Droomde ik het?

Ik spits mijn oren.

Het vertrouwde geluid. Alsof iemand onder de boot luchtzakjes van een rol plasticfolie kapot drukt. Het zijn visjes die zich te goed doen aan de aangroei op de romp. Verder hoor ik niets.

Voorzichtig kijk ik om de hoek, de kajuit in. Het is te donker om iets te zien. Ik laat mijn hoofd weer op het kussen zakken. Ik zal het me wel hebben ingebeeld.

Geen lichte schommeling. Geen zacht klotsende golfjes. Niets. De boot ligt bewegingloos in het water. Alsof hij op de wal staat. Het blijft wonderlijk. Die uitersten. Het ene moment is het een wat groot uitgevallen windsurfplank, wild tuimelend in de wind en golven. Het andere een klein, comfortabel appartement.

Schizofreen.

Net als ik.

 

Ik klim de kajuit uit en ga achter het wiel staan.

Blauw.

En zon.

Verder niets.

Net als gisteren.

En eergisteren.

Ik ben chagrijnig. En duf.

Het is te veel. Te veel wat, dat weet ik niet. Blauw? Zon?

Het maakt niet uit.

In m’n eentje naar Australië zeilen - waar ben ik mee bezig? Ruim twee jaar niet werken. Tegen de tijd dat ik terug kom, kan ik het wel vergeten om mijn bestaan als interimjurist weer op te pakken. Dat leven is dan allang door het afvoerputje weggespoeld. Hoe ga ik ooit nog geld verdienen?

Weer kijk ik om me heen. Niets. Het klopt niet. Volgens de GPS zou Bonaire op 4 mijl afstand moeten liggen. Ik zou het al lang moeten kunnen zien.

Misschien is het het blauw. Er is geen ontsnappen aan. De zee, de lucht, de kussens in de kuip, de grootzeilhoes, de buiskap. Overal dat blauw. Het verblindt me, verstikt me, achtervolgt me.

Ben ik getuige van mijn eigen aftakeling?

Mijn blik glijdt zoekend over de boot. De knop van de autopilot. Knalrood. Een verademing. Ik staar er naar. Alleen dat rood. Verder wil ik niets zien.

Misschien is het zoals bij de theeplukkers. Een zee van groen, in plaats van blauw. Veel plukkers werden na een paar jaar blind. Tot iemand op het idee kwam om hier en daar struiken met felrode besjes tussen de thee te planten.

Na een paar minuten kijk ik op. Onbewust glijdt mijn blik weer langs de horizon.

Daar! Een berg! Schuin vooruit. Ik ga staan en tuur nogmaals naar de horizon. Een heiig waas.

Beeldde ik het me in? Ik zie hem niet meer.

Is dit wat zelfopgelegde eenzame opsluiting op zee met je doet?

 

Een plotseling verschil in luchtdruk. Vlakbij mijn oor. Een zenuwachtig gefladder. Het schiet weg. Van het luik boven mijn bed de kajuit in. Kippevel golft over mijn lichaam. Haartjes springen tintelend overeind. Ik wil me zo klein mogelijk maken. Mijn slaapzak over me heen trekken. Toch kijk ik voorzichtig om de hoek van mijn kooi de kajuit in. Klaar om razendsnel mijn hoofd terug te trekken.

Ze zeggen dat ze nooit tegen je aan vliegen. Vertel dat aan die vrouw in Indonesië, een paar jaar geleden. Zij is aan hun beet overleden.

Gefladder. Bij de kaartentafel.

Verdomme! De bananen. Ik ben vergeten ze uit het fruitnet boven de kaartentafel te halen. Alweer. Rund!

Tegen het vage licht van de beginnende ochtendschemer zie ik een vleermuis de kajuit uit vliegen. Zijn lichaam zo groot als een stevige vuist. Ik pak een tijdschrift dat naast me op bed ligt en gooi het in de richting van het fruitnet. Met een doffe klap valt het op de grond. Het is weer stil. Ze zijn weg. Snel klim ik uit bed. Ik doe het licht aan en loop naar het fruitnet.

Drie bananen. Half opgegeten. De Kairos gereduceerd tot fastfood restaurant. Voor vleermuizen. Geen drive-through, maar een fly-through.

Een rilling rent een paar rondjes over mijn nek. Ik heb het idee dat ze elk moment kunnen terugkomen. Hoe hou ik ze hier weg? Lawaai maken? Wild met mijn armen zwaaien?

Zinloos natuurlijk. Die bananen; ze moeten weg. Zo snel mogelijk.

Ik pak ze op en gooi ze door het openstaande luik op de steiger naast de boot. Als er later vanochtend nog iets van over is, gooi ik dat dan wel weg.

Ik was mijn handig grondig met zeep en klim weer in mijn kooi. Nu maar hopen dat ze niet meer de boot in vliegen.

Door het openstaande luik boven mijn hoofd zie ik de hemel langzaam lichter worden. Een uur of half zes zal het nu zijn. Nog een half uurtje, dan sta ik op. Zal ik vandaag nog een poging wagen met de wc?

 

Zweet drupt van mijn hoofd op de vloer. Het vermengt zich met het zeewater dat uit de leidingen was gelekt.

De schroevendraaier schiet uit de gleuf van de schroef. Tevergeefs probeer ik hem er weer in te krijgen. Ik kan het niet goed zien. Een pijnscheut schiet door mijn rug. Te lang in deze verkrampte positie. Ik moet even mijn rug strekken.

Ik ga staan. Mijn hoofd stotend tegen de haak waaraan mijn zeilpak kan worden opgehangen. Verdomme! Mijn linkerhand glijdt over mijn hoofd. Bloed. Het zal wel. Eerst die schroef vastzetten.

Ik zak weer op mijn knieën en wriemel mijn hoofd weer boven de wc.

De vijfde volle dag al dat ik met deze ellendige klus bezig ben. Weer heb ik de wc helemaal uit elkaar gehaald, schoongemaakt, en weer in elkaar gezet. Net als gisteren. Toen lekte hij nog steeds. Weer heb ik met snel uithardend rubberkit een paar afdichtringen gemaakt waarmee de aansluitingen van de wc leidingen volledig waterdicht zouden moeten worden.

Ik stel de ledlamp op mijn hoofd wat bij. Ja, nu zie ik de schroef goed. Mooi, de schroevendraaier “pakt”. Een paar draaien. Nu zit hij vast.

Met een zucht trek ik mijn hoofd terug. Ik ben kletsnat. Het zal zo’n vijfenveertig graden zijn in deze minisauna.

Ik open het kastje onder de wasbak en zet de afsluiters van de twee wc leidingen weer open. Kastje weer dicht. Even de plassen water met een doekje van de grond vegen. Nog 1 keer een droge doek langs alle leidingen halen. Mooi, nergens meer water te bekennen. Het moment van de waarheid. Een minuut lang trek ik de hendel van de wc pomp op en neer.

Ik hoor geen water druppen. Ik zie geen plasjes ontstaan.

Ha! Na vijf dagen te hebben afgezien in dit lullige hokje. Gerechtigheid! Tevreden duw ik de wc deur open. De relatieve koelte van de kajuit stroomt me als een welverdiende prijs tegemoet. Ik trek de deur achter me dicht. Nee, wacht. Nog 1 laatste controle. Om er helemaal zeker van te zijn. Ik open de deur weer. Nog een keer op mijn knieën.

Mijn hand glijdt langs de eerste leiding.

Droog.

En de tweede.

Hmm. Zou ik deze niet goed hebben gedroogd net? De hand is vochtig. Mijn blik glijdt langs de wc vloer. Een klein plasje. Verdomme! Dat was er net nog niet. Geïrriteerd schiet ik overeind. Weer knalt mijn hoofd tegen de haak. Ik ben er klaar mee. Met een klap trek ik de wc deur achter me dicht.

 

Het vierkant boven mijn hoofd is nu licht. Zes uur dus waarschijnlijk. Meestal sta ik rond deze tijd op.

Ik strek me uit, en blijf liggen. Nog even.

Vreemd. Het is mooi en ellendig. Zoals alles wat met zeilen te maken heeft eigenlijk. Ik vind het prachtig om dingen uit elkaar te schroeven, te begrijpen hoe ze werken, en ze dan – liefst –weer werkend in elkaar te kunnen zetten. Dat mag best tijd kosten. Zelfs een hoop tijd. Maar het moet uiteindelijk wel lukken. Of tenminste niet te vaak mislukken.

De reparatie van de Navtex (apparaat waarmee je tot een aantal mijl uit de kust weerberichten kan ontvangen) is ook al mislukt. Urenlang zoeken op internet om het probleem en de daarbij horende oplossing te achterhalen. Vervolgens drie keer op en neer naar winkels bij Willemstad. Dat shoppen alleen al kostte me anderhalve dag. Soldeerbout kopen. Nieuwe oplaadbare batterijen aanschaffen. Apparaat uit elkaar halen. Oude batterij verwijderen. Nieuwe vast solderen. Boel weer in elkaar zetten en aansluiten. En dan het resultaat:

Nul - het apparaat doet nog steeds helemaal niets.

Ik trek een tweede kussen naar me toe en prop het onder mijn hoofd. Boven me schuift een grote, pluizige wolk gehaast door de helderblauwe lucht. De Tradewinds blazen ook vandaag weer lekker door.

Het hoort er bij. Geen ups zonder downs. Net als de overtocht vanuit Martinique naar Bonaire.

 

Ja, nu weet ik het zeker. Een soort toren. Dat zal de Willemstoren zijn die op de kaart staat aangegeven. Dus toch. Bonaire! Op een kleine drie mijl afstand komt het eiland eindelijk definitief uit de heiige lucht tevoorschijn.

Ik ga achter het wiel staan en ontkoppel de windpilot. Na drie dagen vrijwel nonstop perfect te hebben gefunctioneerd, mag hij nu rusten.

Het leer van het wiel voelt aangenaam in mijn handen. Ondanks de dertig knopen wind stuurt de boot licht. We gaan hard. Zes knopen door het water. Ruim zeven over de grond. Dankzij de stroming. Vrijwel de hele reis vanuit Martinique werkt hij al mee. Ik dacht er zo’n vier dagen over te doen. Het wordt waarschijnlijk net iets meer dan drie.

Mijn relatieve tijdstheorie bewijst zichzelf weer eens voor mij. Het ene moment verschijnt Bonaire aan de horizon, het volgende glijdt de zuidwestpunt van het eiland alweer aan stuurboord voorbij.

Ik gijp.

Voor het eerst in drie dagen niet meer pal voor het lapje. Halve wind. Straks waarschijnlijk zelfs nog even een stukje scherp aan de wind.

Ik aarzel. Het is nog een kleine negen mijl. Ga ik daar het grootzeil voor hijsen?

Eerst maar eens kijken hoe het gaat, zo alleen op de genua. Als het nodig is, kan ik het grootzeil altijd nog zetten.

De grote golven van net zijn verdwenen. Ik vaar nu in de luwte van het eiland. De boot schiet door het gladde water. Iets verderop aan stuurboordzijde is het water vlakbij het strand een adembenemend azuurgroen. Kitesurfers schieten er overheen. Hier en daar bungelt er een als een marionet in de lucht. Daarachter trilt de lucht boven fonkelend witte zoutpannen.

De Kairos raakt steeds meer in haar element. Steeds sneller snijdt zij door het water. Zes komma vijf boat speed. Zes komma acht.

“Jiiiiiii-haaaaa!” schreeuw ik Bonaire van achter het wiel toe.

 

Weer schiet een wolk door het blauwe vierkant boven mijn hoofd. Nog drie dagen. Dan komt Frederik een weekje uit Nederland over. Samen varen we dan naar Bonaire en via Klein Curaçao weer terug. Eindelijk weer zeilen. Ik kan nauwelijks wachten.

Geen ups zonder downs.

Ik moest toch nog maar een poging wagen aan die wc.

Ik klim mijn bed uit en zet wat koffiewater op. Even lekker ontbijten en dan voor eens en voor altijd die wc op zijn knieën krijgen.

You can’t win ‘em all. Maar wel zoveel mogelijk.